Dichter in Opvelp

  • Home
    • Contact
  • Blog
  • Dichter in Opvelp
    • Dichter >
      • Recent geschreven
      • Watersuite
      • Woordensuite
      • Septiemen voor Opvelp
      • Suite voor Olivia
      • Suite voor Pauli
      • Porseleinsuite
      • Vilanova
      • La Croix de Fer
    • Woudloper
    • Boekbinden Boekherstel
  • Tentoonstellingen
    • Overzicht
    • Getoonde verzen of suites
Eens zal ik het water lezen
De letters proeven
Een voor een
Als een lerend kind
Haperend wat stotend
Verwonderd blij
Wanneer het woord gezegd gekregen is

Een vloed van mooie woorden
Als kralen
Aan een rijgsnoer
Met fonkelende schittering
Bij nieuwe maan geschreven
Eens een dag
Zal ik het water lezen

.Laat mij drijven op verwondering
In het schone
Zal ik liefde vinden
De muze mijn gezel 

Ik omgord de rugzak
De wandelschoenen net niet klemmend
En vind op mijn tocht
De tekens op het water 

Water waar letters allitereren
Waar woorden worden als
Beelden uit een boom
Noten van een balk 

Geloof mij waterwandelaar
Geen mooier woorden
Dan woorden
Uit het water 




Laat ons eindeloos
Eindeloos waterlopen
Waterlopen naar het lage noorden

Bevrijd ons dan
Van damp en wolk en kou
Zodat wij loopjes kunnen nemen 

Een tweeloop
Een samenloop
Een loop voor het leven






Onverschillig
Laat ik het water overspoelen
Wat op mijn pad ligt
Aan de houtkant tegenaan de hameau
Maakt mij niet uit
Het plateau blijft mijn platea

Een eeuw
Een mensenheugenis lang
Schatplichtig ben ik
Onvoorwaardelijk
Aan water verbonden







Water wil ik hier wel worden
'k Laat mij dan graag rimpelen
Door de wind die aantrekt
Aantrekt over Lauwersmeer

'k Zal mij spiegelen aan luchten
Waardoor mantelmeeuwen zoekend zeilen
Kiekendieven jagen

Van bloeiend ratelaar weef ik mij
Een boord, een kraag van eeuwig
Zingend riet beg’leid door
Populieren koorstemmen

Ik strek mij langzaam lui
En laat mij zalig rimpelen
Aaien door een zeekraaloever

En wellicht krijg ik snel visite
Een waterweegbree, laat mij hopen,
Zodat ik kan gaan keuvelen
Met bergeend, roerdomp of plevier

Water ja, dat wil ik worden
Gerimpeld door een bries
Een trage tijd
Een eeuwigheid




Ik spiegel mij in
Tinkelende belletjes
Het wervelende parelsnoer
Dat spiegelt spat en speelt 

Reik mij jouw hand
En houd mij vast
Tel samen met mij af
Zodat ik druppel worden kan 

Per twee per zes of in een rei
Zing mee het momapoparijm
Spat harmonieus uiteen
Zie eindelijk bestemming 

Voordat ik waterlopen zal
Wil ik opnieuw gaan bronnen
Gaan dansen in het ronde
Het aftelrijmpje roepen

Wanneer de regens zwiepen
De houtkanten zich schrap zetten
Laat jij mij schuilen in jouw regenpak
Jouw wollen deken een windjack
Dan wordt het woud
Mijn onderkomen  

En kijk
De geuren komen vrij
 De druppels parelen
In zalvend zonlicht
Dampende akkers
C’ est le renard qui fume sa pipe




Nog nooit viel de regen
Zo zacht zo zalig
Over ’t Hageland 

Zo vrolijk stroomt de Velpe
Neemt als een jongeling
De bochten na de Toren 

Elke meander  een kunstwerk
De oevers strelend
De waterkers in lijn 

Regen laat ik stromen
Zo zacht zo zalig
Van ’t heleganse lijf




Hoog schrijf ik mijn waterwoorden
Mooie woorden voor Schiermonnikoog
Voor Opvelp
Voor de bron in de Culot 

Hoog vanaf het dal
Reis ik de beelden achterna
De muze vindt mij wel
Het meest wel onvermoed 

Hoog borrelen de woorden
Dauw op de grashalm
Zout langs de wangen
Spetters van de waterval















Aftelrijm 

 

(Potpotpot): 

Koekeloek
Schijtebroek
Halve gek
Snottebek


Eindelijk weet ik echt
Dat water mijn bron is
Het al wat leeft
En wat nog leven zal
Of ooit geleefd heeft
Uit water
Is wat ik eindelijk nu weet

Water wil ik wel weer worden
Niet meteen niet straks
Maar toch hoewel
Ik houd zo van het leven
D
e gedachte maakt  mij traag

Laat dan mij hier nog even stromen
Dat mooie woorden mijn pad kruisen
En vele waterbeelden als desem
Mijn verwondering levend laten rijzen
Ei
ndeloos

Haar wil ik houden
Met beide handen
Onbevangen van haar houden
Als een kind dat kijkt voor het eerst




Powered by Create your own unique website with customizable templates.